Inventarisatie Circulaire Economie

Inventarisatie Circulaire Economie

De vraag

In Nederland is de ambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben. Dit is zowel vastgelegd in het regeerakkoord als in het Grondstoffenakkoord. Inmiddels wordt er op tal van plekken en onderdelen hard gewerkt aan het vormgeven van deze ambitie. Het is van groot belang om goed te monitoren hoe deze transitie verloopt en waar we op dit moment staan. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is op dit moment bezig met de eerste integrale rapportage over de voortgang van de transitie van de circulaire economie in Nederland.

Voor dit rapport is inzicht in het circulaire economie-beleid in Nederland van groot belang. Welk beleid loopt er? Wat is daarvan al vastgesteld en wat is voorgenomen? Het PBL heeft in april een opdracht uitgezet bij Het Groene Brein om een overzicht te maken van het beleid gericht op de circulaire economie in Nederland op landelijk niveau. Het doel van de inventarisatie is om op een handzame manier inzicht te krijgen in het beleid dat specifiek gericht is op het versnellen van de circulaire economie. Deze opdracht is onderdeel van de CE-rapportage van PBL, de ICER. De inventarisatie lees je hier. 

De aanpak

Met enkele wetenschappers van Het Groene Brein hebben we gekeken naar een goede aanpak van deze vraag. Hoe krijg je goed en compleet inzicht in de voortgang van het beleid op het vlak van de circulaire economie? In de wetenschap zijn hiervoor vele modellen gemaakt en vele inzichten geleverd. Omdat het een relatief nieuw beleidsterrein is hebben we een methode op maat gemaakt voor deze evaluatie. De inventarisatie focust op twee assen: 1) De mate van implementatie van de maatregelen (is het al akkoord bevonden en in uitvoering) en 2) het type instrument dat is gekozen. Aanvullend hebben we gekeken naar de rol van de overheid, de transitie-aanpak en de sturing op de R-Ladder.

Op basis van deze methode hebben we documenten bestudeerd en hebben we met meerdere betrokkenen vanuit de beleidsmakers en beleidsuitvoerders gesproken. Dit vond plaats in individuele gesprekken en door middel van twee plenaire sessies.

Het resultaat

Uit de inventarisatie komen grofweg drie hoofdconclusies:

1) Rondom de circulaire economie zijn er een groot aantal beleidsuitwerkingen. Er zijn er 500 gevonden. In grootte en bereik verschillende deze sterk van elkaar. Er is dus een grote diversiteit aan beleid voor de circulaire economie.

2) Het beleid is sterk in ontwikkeling. Slechts 30% van alle genoemde maatregelen is al vastgesteld beleid.

3) Het grootste deel, 65% van de beleidsuitwerkingen zijn gericht op ondersteuning van initiatieven van andere partijen. Dit zijn grotendeels instrumenten waarin de overheid een participerende en netwerkende rol heeft. Instrumenten die meer normerend en regulerend van aard zijn, zijn minder in aantal, en deze zijn ook in een minder vergevorderd stadium van ontwikkeling. Instrumenten die gericht zijn op het ondersteunen van andere partijen dan de overheid zijn gemiddeld verder uitgewerkt dan instrumenten die meer sturend en regulerend van aard zijn.

Facts & Figures

In het rapport vind je…

  •  500 verschillende beleidsuitwerkingen
  • waarvan slechts 30% vastgesteld beleid is
  • 65% van de beleidsuitwerkingen zijn instrumenten waarin de overheid een participerende en netwerkende rol heeft

Maandag 1 februari tijdens de Nationale Conferentie CE zal er wat meer verteld worden over de belangrijkste vondsten uit de ICER.  Medio maart geeft PBL een inhoudelijke webinar over de ICER, die open is om bij te wonen voor stakeholders op gebied van de circulaire economie.

Over het projectHet belangrijkste inzicht is dat er veel beleid is en wordt gemaakt op het vlak van de circulaire economie maar dat een ruime meerderheid van de beleidsmaatregelen gericht zijn op het stimuleren van andere partijen en niet zozeer op normering en regulering. De transitiecurve vanuit DRIFT betekent dat het overheidsbeleid zich nu vooral richt op het stimuleren van het nieuwe, en niet zozeer op het afbouwen van de lineaire economie. Antoine Heideveld