Impact volgens Inge Oskam: we moeten anders over materiaal gaan nadenken

Inge Oskam is lector Circulair ontwerpen en ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam. Ook is ze onderdeel van het Centre for Expertise Urban technology, en het Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation. Ze doet onder andere onderzoek naar de circulaire stad en welke vragen er komen kijken bij hoogwaardig hergebruik van reststromen. Want duurzaam omgaan met materialen gaat nog veel verder dan alleen recycling: we zouden radicaal anders moeten nadenken over materialen en de verantwoordelijkheid die bij hergebruik komt kijken. Bovendien biedt deze verandering in het gebruik van materiaal ook een mogelijkheid voor sociale innovatie.

Je bent lector Circulair ontwerpen en ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam. Waar doe je op het moment onderzoek naar?

‘’Met het lectoraat Circulair ontwerpen en ondernemen doen we onderzoek naar de transitie naar een circulaire stad. Dat is best breed, maar een voorbeeld van een onderzoeksvraag is hoe je afgedankte producten en hun onderdelen en materialen op een hoogwaardige manier kunt herbestemmen. Wanneer je naar de R-ladder kijkt, een lijst van circulariteitsstrategieën, doen wij veel onderzoek naar het stukje ‘Repurpose’.

Dat is noodzakelijk omdat we op dit moment omringt zijn met producten en gebouwen die niet circulair zijn ontworpen. Alle nieuwe producten wil je natuurlijk zo ontwerpen dat ze passen bij de circulaire economie, maar we moeten ook nadenken hoe we de al bestaande materialen hoogwaardig kunnen hergebruiken. We onderzoeken dus hoe we die al gebruikte materialen een andere functie kunnen gaan geven dan de oorspronkelijke functie, welke ontwerp- en productieprincipes hiervoor nodig zijn en welke business modellen hierbij passen.’’

We zijn op dit moment omringt door producten en gebouwen die niet circulair zijn ontworpen. Alle nieuwe producten wil je natuurlijk zo ontwerpen dat ze passen bij de circulaire economie, maar we moeten ook nadenken hoe we de al bestaande materialen hoogwaardig kunnen hergebruiken.

Je noemt dat je naar maatschappelijke vraagstukken van de circulaire stad kijkt. Wat voor maatschappelijke vragen kom je zoal tegen? En hoe vlieg je zo’n complex vraagstuk aan?

‘’Een gedeelte van ons onderzoek richt zich op de vraag hoe je de vele materiaalstromen binnen een stad lokaal kunt herbestemmen. Op het moment onderzoeken we samen met de gemeente of we het huidige systeem van afvalinzamelpunten kunnen veranderen. Ook willen we plekken creëren waar afgedankte producten en materialen die nog veel waarde bevatten niet richting de recycling gaan, maar weer bewerkt worden tot nieuwe producten.

Een gedeelte van dit vraagstuk bestaat uit maatschappelijke vragen, omdat dit project een mogelijkheid biedt voor sociale innovatie. We kijken bij dit project naar de ontwikkeling van circulaire ambachtscentra: hier zou samenwerking plaats kunnen vinden tussen de gemeente en lokale makers, ontwerpers en sociale werkplaatsen. Je kan met zo’n project lokale werkgelegenheid creëren, en je maakt tegelijkertijd ook zichtbaar wat de circulaire economie is en wat deze in de praktijk kan betekenen.

Er komen dus veel vraagstukken en mogelijkheden samen. Om die reden werken we met veel verschillende disciplines samen, van de logistieke sector tot economen: we beginnen bij een maatschappelijk vraagstuk en kijken dan welke disciplines we nodig hebben om dat op een interdisciplinaire manier aan te pakken.’’

Eén van de vraagstukken waar je je mee bezig houdt is onderzoeken hoe je kunt ontwerpen met al gebruikte materialen. Hoe gaat dat in zijn gang?

‘’Op het gebied van circulair ontwerpen weten we eigenlijk al best wel veel. Maar wanneer je gaat ontwerpen met een reststroom, komen er hele andere vragen naar boven. Een grondstof is maar in beperkte hoeveelheid beschikbaar en voor een beperkte tijd, het varieert in kwaliteit of in kleur…Wij kijken hoe je daar nieuwe toepassingen van kunt bedenken, die passen bij de circulaire economie.

Een voorbeeld van zo’n project is de herbestemming van de stoelen van de Amsterdam Arena. Met hen en met een aantal ontwerpers hebben we gekeken hoe we stoeldelen kunnen herbestemmen, in plaats van de materialen alleen te recyclen. Er zit veel waarde in zo’n materiaal, en dan hoef je niet alleen aan de kwaliteit of functionaliteit te denken. De Arena is een iconische plek waar sommige mensen seizoenen lang op dezelfde plek gezeten hebben. Daar zit een emotionele waarde in! Tijdens het proces hebben we ook gekeken naar de logistiek, en onderzocht of de consument het product zou accepteren en willen kopen.

Uiteindelijk is het gelukt om van 10.000 stoelen daadwerkelijk andere stoelen te maken, die door de consument gekocht konden worden!’’

Waarom zal de consument een gerecycled of upcycled product wel of niet willen kopen?

‘’Bij bijvoorbeeld refurbished producten heerst er helaas nog steeds een connotatie dat het inferieur is, al verandert dit wel langzaam. Maar ook wanneer je afval gaat gebruiken als materiaalstroom, kan je de vraag stellen of consumenten gaan accepteren dat het al eerder gebruikt is. Ook bedrijven zijn soms huiverig om al gebruikt materiaal te gebruiken en grijpen liever naar een virgin materiaal.

Het werkt gelukkig ook de andere kant op: je kan juist ook de circulariteit van een materiaal benadrukken, waardoor de consument het makkelijker kan accepteren. Iets vertellen over een eerder leven kan een materiaal een stuk spannender maken. Dat is in feite een ‘verhipping’ van een duurzaam materiaal. Maar je moet wel uitkijken dat het dan een tijdelijke trend wordt, die na een tijdje weer weg is, en dat het meer een verkooptruc wordt.

Kijk naar de H&M, waar je je gebruikte kleding in kan leveren en zo korting krijgt. Uiteindelijk beslaan hergebruikte materialen maar een klein percentage van hun productie en worden die stoffen alleen in een bepaalde reeks kledingstukken gebruikt. Dat stelt nu nog niet zo veel voor, maar gaat hopelijk wel groeien.’’

Je moet wel uitkijken dat duurzaam materiaal gebruiken geen tijdelijke trend wordt, die na een tijdje weer weg is.

Hergebruikt materiaal moet dus geen tijdelijke trend zijn. Hoe ziet de toekomst waar we materiaal op een duurzame manier gebruiken er dan wél uit?

‘’Ik denk dat we het materiaal meer centraal moeten zetten, in plaats van het product. Dit betekent ook dat het idee van eigenaarschap verandert. Je hebt het minder over product circulariteit maar over materiaal circulariteit. Bij het produceren denk je na over de eerste toepassing van het product, en het tweede, en sta je stil bij hoe het dan weer terug komt om hergebruikt te worden in een nieuwe toepassing. Dit betekent dus ook dat producenten een verantwoordelijkheid moeten nemen om deze vragen te stellen voor en tijdens het productieproces.

De stad kan een rol spelen in zo’n omslag, door bijvoorbeeld lokaal hergebruik en reparatie van materialen mogelijk te maken. Dit kan helpen om producten en materialen te herbestemmen, in plaats van laagwaardig te recyclen. Natuurlijk houdt het ook een keer op, want materiaal verweert ook gewoon, maar je wilt wel zo lang mogelijk gebruik maken van de waarde die door bijvoorbeeld productieprocessen aan dat materiaal gegeven zijn. Dit betekent o.a. ook dat virgin materialen een echte prijs zouden moeten krijgen, zodat het aantrekkelijker wordt om reeds gebruikte onderdelen en materialen een tweede leven te geven.

Zo’n omslag zou natuurlijk nog wel tientallen jaren kunnen duren…maar ik heb het idee dat we nu teveel vanuit het huidige, lineaire denken naar de circulaire economie in 2050 kijken. Het zou goed zijn om dat eens vanuit een andere invalshoek te doen. Het materiaal centraal stellen in plaats van het product, is daar een voorbeeld van. Wat betekent dat, en wat vertelt dat ons over de stappen die we nú kunnen gaan zetten?’’

We kijken nu teveel vanuit het huidige, lineaire denken naar de circulaire economie in 2050. Het zou goed zijn om het materiaal centraal stellen in plaats van het product. Wat betekent dat, en wat vertelt dat ons over de stappen die we nú kunnen gaan zetten?’’

De missie van het Groene Brein, en de 160 wetenschappers die bij ons netwerk zijn aangesloten, is om de transitie naar de circulaire economie te versnellen. Maar hoe ziet die transitie er dan uit? In de reeks ‘Impact volgens…’ interviewen we onze leden, die elk op een ander gebied en in een andere discipline aan een duurzame wereld werken. We vragen hen waarom en hoe ze impact maken, en hoe de duurzame toekomst eruit ziet.

Lees ook deze berichten

Impact volgens Inge Oskam: we moeten anders over materiaal gaan nadenken

Inge Oskam is lector Circulair ontwerpen en ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam. Ook is ze onderdeel van het Centre for Expertise Urban technology, en het Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation. Ze doet onder andere onderzoek naar de circulaire stad en welke vragen er komen kijken bij hoogwaardig hergebruik van reststromen. Want duurzaam omgaan met materialen gaat […]

Carbon Farming event: de toekomst van carbon farming

Op 18 maart organiseerde Het Groene Brein het Carbon Farming event als onderdeel van het Regeneratieve Landbouw programma. Wat is carbon farming en hoe kunnen we boeren helpen om deze vorm van koolstof opslaan mogelijk te maken én te waarderen? Regeneratieve Landbouw programma In het Regeneratieve Landbouw programma onderzoekt een team van onderzoekers van de universiteiten van Wageningen, Utrecht en […]

Deze website maakt gebruik van cookies
We gebruiken cookies voor de werking van deze website, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Pas hieronder je voorkeuren aan en klik vervolgens op OK om akkoord te gaan met deze cookies.

Cookie settings